In een vonnis van 9 april 2020 heeft de Hasseltse arbeidsrechtbank geoordeeld dat de RSZ-regeling voor professionele voetballers niet overeenstemt met het gelijkheidsbeginsel van de Grondwet. De regeling, waarbij sociale bijdragen op een geplafonneerd loon van € 2.352 geheven worden, benadeelt volgens de rechter de kleine amateurclubs tegenover de profclubs en topspelers. Het vonnis refereert ook naar het wetsvoorstel dat Kamerleden Steven Matheï en Leen Dierick (CD&V) vorig jaar indienden om deze regelgeving te herzien. Volgende week zitten de christendemocraten met andere fracties samen om dit opnieuw op de agenda te zetten. “Het vonnis sterkt ons in onze overtuiging dat dit sociale en fiscale gunstregime niet fair is tegenover de kleine, lokale clubs,” aldus Steven Matheï. “Ons wetsvoorstel behoudt een evenwichtig gunstregime voor sportbeoefenaars, maar zorgt ervoor dat grootverdieners meer bijdragen dan nu het geval is.” Leen Dierick vult aan: “We willen dat de fiscale steun terecht komt bij jong talent en kleine clubs, niet bij topspelers die het niet nodig hebben. Het vonnis motiveert ons nog meer om dit voorstel gestemd te krijgen.”

De voordelige fiscale en sociale regimes voor topvoetballers staan al geruime tijd ter discussie. “De situatie rond profclubs is duidelijk scheefgegroeid,” zegt Dierick. “Spelers en clubs betalen een pak minder sociale bijdragen dan bijvoorbeeld een verpleegster of postbode. Dat kan niet de bedoeling zijn. De voorbije tien jaar kostten de voetballonen de schatkist ongeveer één miljard euro aan belastinggeld.” Het CD&V-voorstel voorziet in een trapsgewijze opklimming van de tarieven, berekend op het brutoloon.

Voor CD&V blijft het echter belangrijk om jong talent en kleine voetbalclubs fiscaal een duwtje in de rug te geven. “De sociale en fiscale voordelen waren aanvankelijk bedoeld om jonge, minder verdienende spelers sociaal te beschermen. We moeten terug naar dit oorspronkelijke doel,” aldus Matheï.

Maatregelen in het CD&V voorstel

  • Het fiscale voordeel van de vrijstelling voor de doorstorting van 80% van de bedrijfsvoorheffing moet quasi uitsluitend in de jeugdopleiding, sportinfrastructuur en medische begeleiding geïnvesteerd worden.
  • RSZ-bijdragen via een trapsgewijze opklimming berekend op brutoloon, zodat het evenwicht terug hersteld wordt.


Meer info:
Leen Dierick: 0478/42.80.00

Referentie naar voorstel in vonnis 18/915/A, pagina 26

    Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.