We kennen vandaag een ongeziene energiecrisis. Gezinnen en bedrijven kijken aan tegen een torenhoge energiefactuur. Miljoenen burgers maken zich grote zorgen en voelen dat hun koopkracht onder druk staat.

Als je dan verneemt, dat Electrabel maar liefst 1,24 miljard euro doorstort naar het Franse moederbedrijf Engie, dan voelt dat wrang aan. Terwijl aandeelhouders en managers hun winst tellen, moeten vele mensen hun centen bij elkaar sprokkelen om hun energiefactuur tijdig te kunnen betalen.  Dat is een slag in het gezicht.

Dat bedrijven winst maken tijdens een crisis, is normaal in een economie. Maar dat bedrijven woekerwinsten halen op de crisis, dat is ongezien en mag niet zo maar getoleerd worden.

Voor cd&v is het duidelijk: de ongeziene woekerwinsten moeten worden aangepakt zodat we met dat geld maatregelen kunnen nemen om de koopkracht van de middenklasse te versterken.

De Minister van Energie Tinne Van der Straeten (Groen) heeft zelf ook al verschillende malen aangekondigd dat ze de overwinsten zou afromen of zelfs een crisisbijdrage in het leven zal roepen. Ook op Europees niveau zou zij pleiten voor maatregelen o.a. om de energieprijzen te plafonneren, maar we zien nog geen vooruitgang.

We beseffen als cd&v uiteraard dat er al afspraken gemaakt zijn over de nucleaire rente in het verleden, en dat het niet evident is om daar in tussen te komen. Maar nood breekt wet.

Als er sprake is van overwinsten in de energiesector, moeten die worden afgeroomd zodat we dit geld kunnen gebruiken om de koopkracht van de mensen te versterken.

En we moeten er ook waakzaam voor zijn dat Engie nog voldoende geld over heeft om de factuur van de ontmanteling en het beheer van het nucleair afval te betalen. Die factuur mag niet doorgesluist worden naar de bevolking! Nu niet, maar ook later niet!

We hebben geen nood aan aankondigingspolitiek. Wel aan concrete daden voor de mensen en bedrijven in ons land.

Ik reken op de Minister van Energie om, samen met de premier, na de vele aankondigingen te komen tot concrete oplossingen.