Minister van werk Nathalie Muylle en minister van sociale zaken Maggie De Block hebben in een KB maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat de werkgevers in cruciale sectoren en essentiële diensten over voldoende werknemers beschikken om verder te blijven functioneren. Er moet vermeden worden dat de activiteit in deze sectoren in het gedrang komt. Ook in deze sectoren kunnen een aantal zieke werknemers of werknemers in quarantaine toenemen. Deze maatregelen zullen gelden voor de periode van 1 april tot en met 30 juni.

Meer mensen aan het werk:

  1. In de kritieke sectoren zullen werknemers tijdelijk 120 bijkomende vrijwillige overuren kunnen presteren (dus opgetrokken tot 220 uur). De werkgever is geen overloon verschuldigd. Het loon voor deze overuren zal worden vrijgesteld van sociale en fiscale bijdragen. Het brutobedrag is dus gelijk aan het nettobedrag. Deze regeling is conform aan wat vandaag bestaat in de horeca.
  2. In de kritieke sectoren zullen werkgevers en werknemers tijdelijk zonder begrenzing opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor een bepaalde tijd kunnen sluiten, zonder dat dit het ontstaan van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tot gevolg heeft. Dit laat toe dat werknemers, ook zij die in tijdelijke werkloosheid zitten, kortlopende contracten van bepaalde duur kunnen afsluiten en zo meer “handen” kunnen bieden in sectoren waar de vraag naar meer handen groot is. De contracten van bepaalde duur moeten minstens een duurtijd hebben van 7 dagen.
  3. Werkgevers zullen tijdelijk op soepele wijze hun werknemers ter beschikking kunnen stellen van werkgevers in de kritieke sectoren. De werknemers moeten hiermee instemmen. De voorwaarden en duur van deze terbeschikkingstelling moeten worden vastgelegd in een geschrift ondertekend door de drie partijen. De gebruiker moet ervoor zorgen dat de werknemers in veilige omstandigheden kunnen werken. De mechanismes die de werknemers tegen sociale dumping moeten beschermen (bv. het principe van gelijk loon voor gelijk werk) blijven van toepassing.
  4. Studenten zullen tijdens de periode 01/04 t.e.m. 30/06 zonder begrenzing studentenarbeid kunnen verrichten. De gedurende deze periode gepresteerde uren worden geneutraliseerd en zullen dus niet worden aangerekend op het jaarlijks contingent van 475 uren. Ook deze bijkomende uren zullen zij kunnen werken aan verminderde sociale bijdragen. Er zal met de gemeenschappen worden overlegd m.b.t. de impact van deze maatregel op het recht op kinderbijslag.
  5. Er wordt een platform opgericht i.s.m. de regionale ministers om vraag en aanbod voor jobstudenten beter op elkaar af te stemmen; zeker nu de jobs voor jobstudenten in de horeca en non-foodwinkels zijn weggevallen.
  6. Tijdskrediet en loopbaanonderbreking zullen kunnen geschorst worden om bij de eigen werkgever terug aan de slag te gaan en zal kunnen hernomen worden na de tijdelijke tewerkstelling.
  7. Daarnaast zal tijdskrediet en loopbaanonderbreking met 75% behoud van de uitkering gecumuleerd kunnen worden met activiteiten bij een andere werkgever. Dat is beperkt tot specifieke activiteiten in de paritaire comités 144 (tuinbouw), 145 (landbouw), 146 (bosbouw) en 322 (uitzendarbeid voor zover de gebruiker actief is in een van de vorige sectoren). In beide gevallen is de regeling beperkt tot de maanden april en mei, verlengbaar met 1 maand.
  8. Dezelfde regel van cumul van 75% van de werkloosheidsuitkering (per dag) met loon dat is verdiend in deze sectoren, zal gelden voor tijdelijke werklozen en dat voor de maanden april en mei (verlengbaar met 1 maand).
  9. SWT’ers kunnen met behoud van een deel van hun uitkering, het werk tijdelijk hernemen bij hun vroegere werkgever. De SWT’ers behouden hun aanvullende vergoeding.
  10. Inschakelen asielzoekers. Gezien de huidige crisissituatie en het gebrek aan seizoenarbeiders door het sluiten van de grenzen is er een grote nood aan bijkomende werkkrachten. De mensen die wachten op een beslissing van hun verzoek om internationale bescherming mogen werken (richtlijn 2013/33/EU).

Tevens heeft minister van middenstand Denis Ducarme een KB genomen met uitbreiding van de overbruggingspremie voor zelfstandigen:

  1. Gedeeltelijke overbruggingspremie van 645 euro per maand of 807 euro voor zelfstandige met gezinslast. Dit voor zelfstandigen in bijberoep die jaarlijks tussen de 6.996,89 en 13.993,77 euro verdienen en tijdelijk sluiten vanwege de coronacrisis.
  2. Gepensioneerden die nog actief zijn als zelfstandige hebben ook recht op deze overbruggingspremie maar beide samen mogen niet hoger zijn dan 1.614 euro. Dit geldt ook voor wie een tijdelijke werkloosheidsuitkering ontvangt.

    Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.