Vanaf 1 juli 2022 zijn alle ondernemingen verplicht om een elektronisch betaalmiddel ter beschikking te stellen aan klanten. Die bepaling maakt deel uit van een wetsontwerp dat de Kamercommissie Financiën zonet heeft goedgekeurd. Het ontwerp is gebaseerd op een wetsvoorstel van Kamerlid Leen Dierick (CD&V) uit 2019.

Dierick: “CD&V wil dat klanten altijd de mogelijkheid hebben om aankopen elektronisch uit te voeren. Vandaag heeft niet iedereen altijd bankbiljetten en muntstukken op zak. Vele consumenten verkiezen het gemak van elektronisch betalen. Dat is bovendien veiliger voor klant én handelaar, het is snel en efficiënt, met minder kans op vals geld en diefstal. Het is bovendien een effectief middel in de strijd tegen fiscale fraude. Cash betalingen blijven echter ook mogelijk.”

Handelaars mogen vrij kiezen welk elektronisch betaalmiddel zij aanbieden. Mogelijke elektronische betaalmiddelen zijn betaalterminal met (debet- en/of krediet-)kaart, diverse apps voor smartphones (zoals Payconiq) of overschrijvingen.

“Handelaars die het nog niet aanbieden verwijzen vaak naar de kosten. Nochtans zijn de kosten voor elektronisch betalen de laatste jaren enorm gedaald, en er zijn ook steeds meer mogelijkheden om elektronisch te betalen. Men vergeet ook vaak dat cash geld ook kosten met zich mee brengt: cash geld moet worden gedrukt, geteld, verdeeld, gecontroleerd en worden vervoerd via streng beveiligde waardetransporten, en cash geld afhalen en storten is vaak ook niet kosteloos voor de consument en de handelaar.” verdedigt Leen Dierick.

Dierick is tevreden dat Minister Van Peteghem deze maatregel heeft opgenomen in het het fraudeplan. “ Dit is een belangrijk stap vooruit voor de consument en het biedt ook voordelen voor de handelaar.”

Vorige legislatuur zijn reeds maatregelen genomen ter ondersteuning van elektronische betalingen. Ook is op dit moment nog steeds de gewone investeringsaftrek van toepassing die tot het einde van het jaar verhoogd is naar 25%. Bovendien zijn betaalterminals dankzij apps als Payconiq niet meer altijd nodig.

Maaltijdcheques, ecocheques en consumptiecheques zijn uitgesloten van de definitie van elektronisch betaalmiddel. Ze hebben een specifieke reikwijdte en kunnen niet worden beschouwd als een betaalinstrument en ook niet als een betaalmiddel voor algemeen gebruik. Cryptomunten of virtuele munten zijn ook niet onderworpen aan enig wettelijk kader en worden niet beschouwd als wettelijke betaalmiddelen die kunnen worden opgelegd aan een onderneming.

Betaling in contanten blijft mogelijk. Ook de verplichting om cash aan te nemen blijft behouden.

Achtergrond

Het fraudeplan (juni 2021) van de regering stelt dat België inzake elektronische betalingen nog heel wat vooruitgang kan maken ten opzichte van onze buurlanden. Zo blijkt uit de studie van de Europese Centrale Bank (SPACE-onderzoek) dat het cashgebruik minder snel daalt in België dan in Nederland, Oostenrijk, Finland of Frankrijk. In al onze buurlanden (Nederland, Frankrijk, Duitsland, Luxemburg) is het cashgebruik gedaald (zowel naar aantal als naar waarde). In Nederland gebeurt slechts een derde (34%) van het aantal betalingen in cash, in België is dit 58%.

Contactloos betalen raakt steeds meer ingeburgerd in ons land. Uit cijfers van Febelfin blijkt dat in december 2021 57,7% van alle betalingen met de debetkaart in een winkel contactloos is verlopen. In februari 2020 was dat slechts 16%.µ

6% van de Belgen heeft nooit cash op zak en 42% kan maximaal 20 euro cash op tafel leggen. Gemiddeld had de Belg in 2021: 55,60 euro cash in zijn portefeuille terwijl dit voor de coronacrisis nog 61,20 euro was.