Het probleem van niet-gecertifieerde beroepsuitoefenaars is afgelopen vijf jaar allerminst afgenomen. De klachten die de Economische Inspectie ontving, betroffen vooral over ongekwalificeerde vastgoedmakelaars, fiscale adviseurs en boekhouders. Dat blijkt uit een antwoord van minister van Zelfstandigen Clarinval op een vraag van CD&V-Kamerlid Leen Dierick. Zij roept het parket op om meer in te zetten op de vervolging van niet-gekwalificeerde beroepsuitoefenaars.

Tussen 2016 en 2020 ontving de Economisch Inspectie liefst 1084 klachten over niet-erkende vastgoedmakelaars, 495 over boekhouders of belastingadviseurs, ongeveer 125 over architecten en 13 over landmeters. Voor niet-erkende psychologen gaat het over 51 klachten tussen 2016 en 2021. De cijfers vertonen geen dalende trend, ook niet in de coronaperiode.

Dierick: “Deze cijfers tonen dat in bepaalde sectoren nog teveel ongekwalificeerde ‘cowboys’ aan het werk zijn, die onvoldoende opgeleid zijn of niet over de juiste vergunning beschikken. In de eerste plaats is de consument daarvan de dupe. Beeld je maar eens in dat je duizenden euro’s uitgeeft aan incompetente, zelfverklaarde architect voor een verbouwing of bouwproject, of een ongekwalificeerde boekhouder onder de arm neemt die de regels onvoldoende onder de knie heeftWie dit meemaakt, voelt zich terecht opgelicht. Daarnaast treffen dergelijke ‘cowboys’ ook de sector zelf: ze halen de geloofwaardigheid van gekwalificeerde beroepsuitoefenaars onderuit. Helaas worden zij zelden vervolgd voor hun oplichting. Ik roep het parket op om dit soort praktijken prioritair te vervolgen, want de gevolgen voor de gedupeerden zijn groot.”

Het bestrijden van ongekwalificeerde beroepsuitoefenaars is niet eenvoudig. De Ordes en Instituten kunnen geen tuchtsancties uitspreken tegen personen die geen lid zijn van hun Orde of Instituut.  Omwille van de regels inzake gegevensbescherming ondervinden Ordes en Instituten soms problemen om personen te identificeren, gegevens over hen te verzamelen of bewijsstukken op te sporen (bijvoorbeeld bij onderwijsinstellingen).

Rechters kunnen wel straffen opleggen, variëren van een geldboete tot een gevangenisstraf (al dan niet met opschorting). Bij een vordering tot staking kan de rechter een dwangsom opleggen. Maar Consumenten willen of durven niet altijd een officiële klacht indienen. Ook parketten vervolgen niet altijd. Dossiers inzake onwettige uitoefening van een beroep zijn niet altijd een prioriteit. In andere gevallen duurt de procedure heel lang.

De methodes om ongekwalificeerde beroepsuitoefening tegen te gaan, verschillen van beroep tot beroep. Clarinval suggereerde dat de FOD Financiën aangiften zou kunnen weigeren die ingediend zijn door onwettige beoefenaars. Die controle is mogelijk op basis van de gegevens in het openbaar register van het ITAA.

Daarnaast wordt momenteel onderzocht of de nace-code die gebruikt worden bij de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen moeten aangepast worden om het onderscheid tussen gereglementeerde activiteiten en niet gereglementeerde activiteiten te verduidelijken. Die analyse verloopt in overleg met de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO.

Contact:

Leen Dierick - 0478 42 80 00