De energiefactuur is een groeiende bezorgdheid voor vele gezinnen. Na de uitzonderlijk lage energieprijzen in 2020, kennen de elektriciteits- en aardgasprijzen sinds het derde kwartaal van 2021 een ongekende klim. Een combinatie van een grote wereldwijde vraag naar aardgas, slecht voorraadbeheer bij de energiehandelaars, een historisch hoge CO2-prijs en geopolitieke manoeuvres van Rusland liggen aan de basis van deze hausse. Een hogere energiefactuur voor de gezinnen, KMO’s en grote bedrijven is helaas het resultaat. Burgers en bedrijven stellen hun hoop in de overheid om prijsstijgingen aan te pakken. Wij nemen dit met CD&V ter harte en stellen volgend integraal maatregelenpakket voor.

Energiebesparing loont

Het lage energieverbruik in energiezuinige woningen maakt de gezinnen weerbaarder bij stijgende energieprijzen: een dubbele winst voor klimaat en portemonnee. In 2050 moeten daarom alle Vlaamse woningen het energielabel A hebben of een E-peil van 60. De renovatie-uitdaging is evenwel gigantisch: om die doelstellingen te bereiken moeten we 80 à 100 000 woningen per jaar grondig renoveren of vervangen door nieuwbouw en zo de renovatiegraad opkrikken tot 3%. De gemiddelde kostprijs per woning bedraagt volgens het Steunpunt Wonen minstens €40.000. Voor de zwakste groepen liggen de renovatiekosten vaak nog hoger. De totale meerprijs voor het gehele Vlaamse woningpatrimonium kan volgens dezelfde studie geraamd worden op €103 tot €110 miljard.

  1. CD&V pleit voor ruime renteloze renovatieleningen, op lange termijn en voor iedereen, gekoppeld aan verregaande ontzorging. Renovatieleningen helpen de financieringsdrempel overwinnen en zorgen voor een blijvend lagere energiefactuur. De afbetaling gebeurt dan met de opbrengst van de gerealiseerde energiebesparing. Bij eigendomsoverdracht kan de resterende schuld dan in één keer worden voldaan. We pleiten niet alleen voor langere aflossingsperiodes, maar ook voor het optrekken van het maximaal te ontlenen bedrag tot 1000 euro per m². We willen energiebesparing en een energiezuinige woning voor elke Vlaming effectief betaalbaar maken.
  2. Ook modellen waarbij renovatiekosten voorgefinancierd worden door derde partijen en vervolgens geleidelijk terugbetaald worden via de energiefactuur passen in deze visie. Bijvoorbeeld energieleveranciers zouden zo heel het renovatietraject uit handen kunnen nemen en de energierenovatie van A tot Z uitvoeren voor hun klanten. We willen daarom een afwijking voorzien in de modaliteiten van het consumentenkrediet, waarbij de maximale afbetalingsperiode beter wordt afgestemd op de kostprijs en reële terugverdientijd van dergelijke energetische ingrepen. Met andere woorden: met de besparing op de energiefactuur, betaalt men de lening terug.
  3. De reeds aangekondigde versterkte en eengemaakte renovatiepremie zal zorgen voor eenvoud en duidelijkheid in het premie-aanbod en de bijhorende aanvraagprocedure. Voor CD&V moet de premie niet alleen vereenvoudigd worden, maar ook opgetrokken worden, zodat 20% van de energierenovatie ermee gefinancierd kan worden. Zo verlagen we de terugverdientijd van deze energiebesparende investeringen.
  4. Als stok achter de deur willen we een renovatieverplichting bij eigendomsoverdracht introduceren, waarbij een minimaal energielabel wordt opgelegd afhankelijk van de gebouwtypologie. Die verplichting wordt gekoppeld aan maximale toegang tot goedkope financiering, premies, verlaagde registratierechten etc. Dit zal de prijzen van woningen drukken en tegelijk energiezuinige (huur)woningen toegankelijk maken voor meer mensen.
  5. Voor huurwoningen leggen we een stapsgewijs verbod op om woningen met een slecht energielabel nog te verhuren. Dit is een uitbreiding van de bestaande ‘dakisolatienorm’. Voor zij die nog moeilijk een huurwoning vinden op de private huurmarkt voorzien we huursubsidies.
  6. Waar het EPC nu verplicht is bij overdracht en huur, zou voor ons moeten begonnen worden om voor alle oude woningen een EPC te verplichten, te beginnen met de huizen gebouwd voor 1945. Dat zijn meestal die woningen waar de grootste energiewinst te behalen is.
  7. Nu de modaliteiten van energiegemeenschappen en energiedelen in wetgeving zijn omgezet, wordt een veel dynamischer energiesysteem mogelijk. In combinatie met een digitale meter en slim gebruik geeft dit de consument meer invloed op zijn energieverbruik en -kost. CD&V wil zo snel mogelijk dynamische energietarieven voor particulieren, waarmee per uur de goedkoopste energie kan gebruikt worden door de consument.

Zekerheid door stabiele energieprijzen

  1. in de meerkosten op de elektriciteitsfactuur voor gezinnen en bedrijven zeker niet verder toeneemt als gevolg van hun beleid. Integendeel: CD&V wil dat er geen extra kosten in de energiefactuur worden gestopt.
  2. Het is hoog tijd om het principe van de integrale energienorm, geïntroduceerd door CD&V en verankerd in beide regeerakkoorden, eindelijk om te zetten in effectieve maatregelen: bescherm de koopkracht van de gezinnen en concurrentiepositie van onze bedrijven door onze energieprijzen met die in de buurlanden te vergelijken, werk de niet te verantwoorden verschillen weg, en zorg er voor dat de energiefactuur door overheidsbeleid niet verder stijgt.
  3. We willen de verschillende federale heffingen op de energiefactuur bundelen in één accijns. Op die manier krijgt de federale overheid een stuurbaar bedrag in handen van ongeveer 650 miljoen euro. Prijsschommelingen kunnen zo sneller en gerichter worden tegengegaan.
  4. Het is onrechtvaardig dat je voor hetzelfde elektriciteitsverbruik soms tot €150 per jaar meer aan distributienetkosten moet betalen dan je buurman enkele straten verder, omdat die toevallig een andere distributienetbeheerder heeft. Er zijn op dit moment nog steeds 11 verschillende tarieven in Vlaanderen. Nochtans is er maar één Fluvius en is bewezen dat er globaal geen objectieve kostenverschillen zijn in de netuitbating tussen de verschillende regio’s in Vlaanderen. We pleiten daarom voor een eengemaakt distributienettarief in heel Vlaanderen.
  5. De VREG dient, samen met de netbeheerders en energieleveranciers, de nodige informatiecampagnes op te zetten om de elektriciteitsklanten wegwijs te maken in de nieuwe tariefstructuur (capaciteitstarief) en tips te formuleren om de piekafname terug te dringen. Informatie over de rollende maandpiek dient nu al op factuur te worden toegevoegd, met een link naar de simulator van de VREG. Dit als aanvulling op de campagnes rond de V-test. Die zijn nog steeds nodig: jaarlijks (2020) wisselen zo’n 700.000 gezinnen van elektriciteitsleverancier, maar er zijn ook nog veel slapende contracten.
  6. Met de CREG Scan kunnen consumenten, kmo’s en zelfstandigen nagaan of het contract dat ze in het verleden hebben afgesloten een actief of een slapend contract is en hoe het zich verhoudt ten opzichte van het goedkoopste en het duurste product vandaag op de markt. Deze CREG-scan staat naast de vergelijkingstools van de regionale regulatoren zoals de V-test van de VREG. Voor de consument zou het gemakkelijker zijn om 1 tool te kunnen raadplegen. Wij pleitten ervoor dat de vier regulatoren samenwerken om te komen tot 1 tool op 1 website.
  7. De regels die werden uitgewerkt in het consumentenakkoord moeten door de energieleveranciers strikt worden nageleefd. Bij elke wijziging van het bedrag van de voorschotten, moeten de energieleveranciers aan de consument een verduidelijking van de berekeningswijze verschaffen, vooraleer dit voorschotbedrag effectief wordt aangerekend. Bovendien moet de leverancier aan elke consument die bij hen klant is,  bij de jaarlijkse eindafrekening de goedkoopste tariefformule meedelen, gebaseerd op het gebruiksprofiel en voor contracten met vaste prijs en voor contracten met variabele prijs.
  8. Er moet zoals opgenomen in het federaal regeerakkoord samen met de regulator een onderzoek komen naar de dure contracten. Volgens de goedgekeurde resolutie van CD&V (DOC 55 1650) moeten consumenten vanaf 1 januari 2022 een vereenvoudigde factuur krijgen die tot één dubbelzijdige A4 pagina wordt beperkt.
  9. De eigen goedkoop geproduceerde elektriciteit, bijvoorbeeld uit zonnepanelen, is een buffer tegen stijgende marktprijzen. Renteloze leningen kunnen zonnepanelen betaalbaar maken op elke woning. De terugverdientijd van zonnepanelen bedraagt momenteel minder dan 8 jaar. Groepsaankopen kunnen hier zorgen voor de gegarandeerd laagste prijzen.

Van subsidies naar ‘de vervuiler betaalt’

  1. De elektriciteitsfactuur als verkapte belastingbrief blijven gebruiken is niet langer houdbaar en is een rem op de verduurzaming. Op termijn moeten de heffingen op elektriciteit worden afgebouwd en eerlijker gespreid worden over de andere energiebronnen. Op die manier wordt elektrisch rijden en verwarmen met een warmtepomp ook haalbaar en betaalbaar voor de modale burger. Interfederale samenwerking is nodig om het beleid tussen de federale overheid en de gewesten beter op elkaar te stemmen.

Extra ondersteuning voor wie het écht nodig heeft

Iedereen moet in zijn basisenergiebehoeften kunnen voorzien. Een basisaansluiting voor elektriciteit is een recht van iedereen. Woningen in slechte staat vinden en verbeteren blijven essentiële schakels in de structurele strijd tegen energiearmoede.

  1. De sociale tarieven blijven noodzakelijk om de zwaksten in onze maatschappij te beschermen. Iedereen moet namelijk zonder zorgen in zijn basisenergiebehoeften (verwarming, koeling, koken,…) kunnen voorzien. De doelgroep voor het sociaal tarief kan enkel tijdelijk worden uitgebreid indien uitzonderlijk hoge energieprijzen hiertoe nopen. Het kan niet de bedoeling zijn om structureel extra huishoudens, tot 20% van de gezinnen, uit de markt te halen. De kosten voor deze maatregel moeten immers door andere gezinnen betaald worden. In tussentijd moeten die huishoudens weerbaarder gemaakt worden tegen hoge energieprijzen door volop in te zetten op een energiebesparingsbeleid.
  2. De leveranciers moeten op hun verantwoordelijkheid worden gewezen wat betreft de afbetalingsplannen die ze voorstellen aan hun klanten met betalingsmoeilijkheden. De in 2014 door de VREG gepubliceerde ‘mededeling tot goede praktijk betreffende betaalplannen bij commerciële leveranciers’ moet opnieuw onder de aandacht gebracht worden. Op dit moment is er namelijk een grote discrepantie tussen het reële gemiddelde afbetalingsbedrag en het afbetalingsbedrag in de goede praktijk. Deze maatregel moet decretaal verankerd worden.
  3. De bestaande renteloze lening voor noodkopers - gezinnen die uit noodzaak een minderwaardig huis kopen – zorgt er voor dat deze gezinnen via het OCMW over een langere periode tot 25.000 euro renteloos kunnen lenen voor renovatiewerken. Om er een effectief rollend fonds van te maken, moet dit systeem doorgezet en uitgebreid worden. Energiesnoeiers helpen kwetsbare doelgroepen energieverslindende apparaten te vervangen en woningen energiezuiniger te maken. Hun werking levert de gezinnen een structurele besparing op en moet worden verdergezet en uitgebreid, in samenwerking met de gemeenten.

Meer info?

Leen Dierick - 0478 42 80 00