Het sociaal telecomtarief ondersteunt mensen met een beperkt inkomen, ouderen en gehandicapten. Het laat hen toe betaalbaar te telefoneren of internet te raadplegen. Het is een belangrijke hoeksteen in het beleid gericht op inclusie en sociale integratie.

Tijdens de coronacrisis werd er van heel veel leerlingen verwacht via de computer van thuis uit de lessen te volgen via het internet. Niet altijd evident wanneer een gezin in armoede leeft. Op gemeente- en stadsniveau werden projecten opgezet om de klas toch bij die gezinnen in huis te brengen, door laptops ter beschikking te stellen. Een aanal operatoren hebben een geste gedaan voor een bepaald aanbod, maar lang niet iedereen werd bereikt. Er bleven nog heel wat kansarme gezinnen met kinderen in de kou staan.

In 2011, toen waren er 385.063 mensen die gebruik maakten van het sociaal telecomtarief. Een daling met ruim 20 %. Terwijl het normaal gezien een stijging had moeten zijn, want we zijn met meer inwoners in ons land en het aandeel mensen in armoede daalde niet, integendeel. Een verklaring is zeker ook te vinden in het feit dat men dit nog steeds zelf moet aanvragen en dat dit zelfs manueel en op papier dient aangevraagd te worden. Onbegrijpelijk in dit digitale tijdperk.

Het sociaal telecomtarief komt op dit moment niet terecht bij (alle) mensen die het werkelijk nodig hebben. De aanvraag ervan is een administratief kluwen . Daarom diende mijn collega Jef Van den Bergh een wetsvoorstel in om dit automatisch toe te kennen. Trots, ondertekende ikzelf samen met collega Nahima Lanjri mee dit wetsvoorstel. Het voorstel werd vandaag aanvaard in de commissie.

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.