9 juni 2018

Zomer- en wintertijd

 

Telkens als de zomer- of wintertijd ingaat, rijst de vraag of die regeling behouden moet blijven. Elk jaar in de lente wordt de klok één uur vooruitgezet, waarna die zes maanden later opnieuw één uur wordt teruggedraaid. Het idee om de officiële tijd één uur op te schuiven dateert echter niet van gisteren; in België werd die regeling immers al in 1977 ingesteld. Het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland hadden in 1916 al met een dergelijk systeem geëxperimenteerd, wegens de dwingende noodzaak zoveel mogelijk energie te besparen om de oorlogsinspanning op peil te houden. Na de Tweede Wereldoorlog verdween die tijdsaanpassing weer, maar vanaf de jaren ‘70 werd zij in sommige landen in de wereld geleidelijk opnieuw ingevoerd, als gevolg van de opeenvolgende oliecrisissen. De plotse stijging van de olieprijzen en de wereldwijde bewustwording rond de milieu-uitdagingen hebben de aanzet gegeven voor een lange zoektocht naar duurzamere energieconsumptiemodellen. Het principe dat een bij wet vastgesteld uur kan worden bepaald en dat in de loop van het jaar schommelt, sluit aan bij de wil om zuiniger om te springen met de energiebronnen waarover een land beschikt, en zodoende de energiegerelateerde kosten beter in de hand te houden.

Dankzij dat tijdsaanpassingsmechanisme heeft de bevolking ’s ochtends immers een extra uur daglicht. Tegelijkertijd blijft het in de zomer ’s avonds een uur langer licht. Die kunstmatige verlenging van de daglichtperiode leidt er dus toe dat de gezinnen tijdens die welbepaalde uren minder energie verbruiken dan gebruikelijk.

Ofschoon wereldwijd momenteel 76 landen de zomertijdregeling hanteren, bestaat daarover geen eensgezindheid. Geleidelijk zijn veel landen van de toepassing ervan afgestapt omdat zij de energiewinst te gering achtten. Rusland, China, Zuid-Afrika, Argentinië en Turkije (dat sinds september 2016 niet langer het uur wijzigt) zijn slechts enkele voorbeelden. Ook de economische keuzes of de spreiding van de besluitvormingsbevoegdheden binnen de Staten zijn elementen die aantonen waarom sommige landen moeite hebben om over hun hele grondgebied een zelfde zomertijd toe te passen. Die moeilijkheden rijzen met name in Noord-Amerika; zo beslissen in de Verenigde Staten de afzonderlijke staten over de toepassing van de regeling (de zomer- en wintertijddata verschillen trouwens van die welke de Europese Unie heeft vastgelegd). In Canada beslissen de lokale gemeenschappen vrij over de overschakeling op de zomertijd. Talrijke overheden hebben almaar meer bedenkingen bij de doeltreffendheid van deze maatregel. De Franse Senaat kwam in 1997 in zijn informatieverslag Faut-il en finir avec l’heure d’été? tot de conclusie dat de nadelen die de bevolking ondervindt op het vlak van volksgezondheid, landbouw, leefmilieu en verkeersveiligheid niet worden gecompenseerd door de voordelen van de tijdsverandering.

Tien jaar later, in 2007, erkende de Europese Commissie dat de verwezenlijkte besparingen moeilijk kunnen worden berekend. Ook ons land heeft aan dat debat deelgenomen. In 2012 erkende de toenmalige Belgische staatssecretaris voor Leefmilieu en Energie in de Kamer van volksvertegenwoordigers dat bijna alle onderzoeken naar de tijdsverandering tot dezelfde conclusie kwamen, met name dat de gunstige uitwerking van die maatregel qua energiebesparing vrij beperkt is. In haar antwoord op een parlementaire vraag voerde de minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling op 18 april 2017 diezelfde conclusies aan inzake energiebesparing; in dat verband wees zij er tevens op dat de gezondheid van jonge kinderen, sommige volwassenen en fokdieren te lijden heeft onder de tijdsverandering.

Bovenop deze kritiekpunten worden nog een aantal negatieve externe factoren vastgesteld. De plotse wijziging van het bioritme als gevolg van de tijdsverandering zou leiden tot slaap-, eet-, aandachts- en stemmingsstoornissen en zou het arbeidsvermogen aantasten. Met betrekking tot de verkeersveiligheid heeft het Vias Institute (het voormalige BIVV) een toename van het aantal zware ongevallen als gevolg van de tijdsverandering vastgesteld. Het aantal gewonde en overleden voetgangers stijgt met 63 %. De tijdsverandering heeft tevens zware gevolgen voor de veeteelt- en de melkproductiesector: de tijdsverschuiving maakt het moeilijker de strikte tijdsschema’s voor de verzorging van de dieren in acht te nemen. Voorts zou in de overgangsperiode een daling van het rendement zijn vastgesteld.

Tot slot bemoeilijkt deze regeling de telecommunicatie en het internationaal vervoer, aangezien niet alle landen de zomer- en wintertijd hanteren. De beperkte en moeilijk meetbare doeltreffendheid van die maatregel houdt heel wat nadelen in, die elk pleidooi voor het behoud van de tijdsverandering almaar meer afzwakken. Als gevolg van de technologische ontwikkelingen waardoor het energieverbruik van de gezinnen en de industrie is gedaald, alsook door de recente innovaties op milieugebied zijn de relevantie en de finaliteit van die regeling sterk afgenomen. Men zou de huidige situatie moeten evalueren op basis van nieuw onderzoek. Een alomvattende studie inzake die maatregel, op Europees vlak, door een interuniversitair partnerschap zou derhalve nodig zijn. Die kan zorgen voor een geloofwaardige en omstandige analyse, die vervolgens kan dienen als basis voor een politieke discussie over de keuze om de tijdsverandering al dan niet te behouden. Wanneer de zomer- of wintertijd ingaat, laait telkens de discussie op of het wel nodig is dat we onze klok nog aanpassen.

Dit is ook het onderwerp van deze resolutie die oproept om dit debat op het Europees niveau te voeren. Het debat moet volgens mij niet hier, maar in het Europees parlement gevoerd worden. Op 8 februari dit jaar heeft het Europees Parlement dan ook een resolutie aangenomen waar er een grondig onderzoek werd verzocht om alle voor- en nadelen met elkaar af te wegen. Het is dan ook belangrijk dat wij vanuit ons land dit onderzoek afwachten. De resolutie van MR die een debat en onderzoek vraagt is dan ook terecht en op Europees niveau is men daar ook mee bezig. We moeten dus het onderzoek afwachten zodat we een duidelijk beeld krijgen over de voor- en nadelen en we de gevolgen goed kunnen inschatten.

 

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte, schrijf je in voor mijn nieuwsbrief. 

Twitter