27 juni 2018

Omzetting PSD II-richtlijn

 

13 januari 2018 was de officiële deadline om de Europese betaalrichtlijn PSD II om te zetten in nationale wetgeving, maar door de techniciteit van de richtlijn werd er echter vertraging opgelopen bij de omzetting. De richtlijn scherpt de bescherming van de klant aan en wil innovatie en concurrentie aanmoedigen. Dat brengt onder meer de komst met zich mee van nieuwe dienstverleners op de Europese betaalmarkt. In België was de omzetting van de richtlijn nog lopende, tot op vandaag. Morgen staat deze immers op de agenda van de plenaire vergadering in de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

PSD II staat voor Payment Services Directive II. Het gaat om een Europese richtlijn die de betaalmarkt regelt in de Europese Unie. De PSD-richtlijn is niet nieuw. PSD II is de opvolger van PSD I. Deze eerste richtlijn had de toenmalige betaalmarkt reeds verruimd en nieuwe aanbieders van betaaldiensten toegelaten op de markt. Sinds de PSD I hebben zich in de markt van de retailbetalingen significante technische innovaties voorgedaan, met een snelle toename van het aantal elektronische en mobiele betalingen en de opkomst van nieuwe soorten betalingsdiensten op de markt.

Wat verandert er concreet met PSD II? De krachtlijnen van PSD I blijven ook onder PSD II bestaan. De nieuwe richtlijn is bedoeld om de bestaande EU-regels voor elektronische betalingen te verbeteren rekening houdend met nieuwe en innovatieve betaaldiensten zoals internet- en mobiele betalingen. De situatie van consumenten wordt aanzienlijk verbeterd. Zo zullen consumenten in de toekomst geen extra kosten meer moeten betalen bij het gebruik van bankkaarten zoals bancontact, maestro, Visa en Mastercard, zelfs niet voor kleine bedragen of bij aankopen via het internet. De handelaar kan immers geen meerkosten meer vragen aan de consument voor het betalen met om het even welke betaalkaart. De handelaar mag ook geen kosten vragen voor het betalen met een domiciliëring of overschrijving. Ook het bedrag dat bij diefstal, verlies of fraude ten laste valt van de gebruiker wordt verlaagd van maximum 150 naar 50 euro. Ten slotte worden strenge beveilingsvoorschriften opgelegd voor elektronische betalingen en bescherming van de financiële gegevens van de consument.

In bepaalde gevallen waarbij het uiteindelijke bedrag niet op voorhand gekend is, zoals bijvoorbeeld bij een tankbeurt, kan de handelaar enkel gerechtigd zijn om gelden op een rekening “te blokkeren” voor zover de betaler zijn toestemming heeft gegeven voor dat exact bepaald bedrag.  Nu kan de duurtijd van een blokkering kan soms tot problemen leiden bij een volgende betaling met de kredietkaart. Hoewel in het wetsontwerp is ingeschreven dat de consument vooraf duidelijk moet worden geïnformeerd over deze regels en uitdrukkelijk zijn toestemming moet geven, zal het in de toekomst niet meer mogelijk zijn om een bepaald bedrag te blokkeren als de waarde ervan door de consument niet gekend en uitdrukkelijk aanvaard is. Bovendien zal de bank van de betaler onmiddellijk het geblokkeerde bedrag deblokkeren van zodra hij de info krijgt van het uiteindelijke exacte bedrag van de betalingstransactie en ten laatste op het moment dat hij de effectieve betalingsopdracht ontvangt.

Ik juich deze extra consumentenbescherming dan ook toe en onderlijn graag het belang van het wetsontwerp, dat zeker zal leiden tot een grotere consumentenbescherming bij betalingsdiensten. Ik ben dan ook verheugd over de omzetting van deze richtlijn.

 

 

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte, schrijf je in voor mijn nieuwsbrief. 

Twitter