Sinds 1 juli 2008 hanteert De Post nieuwe richtlijnen die voor huis-aan-huisbedelingen van kracht zijn en vanaf 23 juni 2008 nieuwe tarieven. Deze nieuwe tarieven zijn bijzonder laat en slecht gecommuniceerd aan de lokale overheden. Veel lokale overheden zitten dan ook met de handen in het haar om hun verschillende communicatiemiddelen nog betaalbaar te houden en op deze korte termijn aan te passen aan de nieuwe regelgeving. Een voorbeeld: vele gemeenten geven een periodiek maandblad uit voor al hun inwoners. Indien de gemeente meer dan 10.000 stuks moet aanleveren, kan dit voortaan enkel via een mass-postcenter (slechts tot 10.000 stuks mogen per dag aangeleverd worden in het plaatselijk postkantoor), vroeger kon dit allemaal in het plaatselijk postkantoor. Indien de gemeente kiest voor een dagzekerheid van bedeling, moet er eveneens nationaal gepland worden. Dit betekent dat de infobladen dan moeten aangeleverd worden in een mass-postcenter. Dagzekerheid is essentieel voor een infoblad van een lokale overheid. Het kan immers niet dat de ene inwoner de informatie sneller krijgt dan de andere.
Deze regeling leidt dus tot extra kosten, zowel voor de verdeling als voor het vervoer naar een dergelijk mass-postcenter. Bovendien verhoogden ook de tarieven voor de huis-aan-huisbedeling op 23 juni 2008. Daarbij komt nog een meerkost van 0,012 euro voor een dagvaste levering en van 0,04 euro voor oversize poststukken. Bijvoorbeeld voor Dendermonde betekent dit concreet dat het stadsmagazine in zijn huidige vorm opeens tot de categorie oversize poststukken behoort. Ofwel moet hier extra voor betaald betaald worden, ofwel moet het formaat van het magazine aangepast worden.
Dit laatste is echter niet zo gemakkelijk te realiseren. Indien Dendermonde dezelfde dienstverlening wenst te blijven hanteren, dan komt dit neer op een niet-geringe meerkost. Dit wordt ook voor veel andere gemeenten onbetaalbaar. Vele lokale overheden hanteren ook bewonersbrieven. Dit zijn brieven waarmee bijvoorbeeld openbare werken worden aangekondigd of wegomleidingen. Deze brieven zijn bedoeld voor inwoners van een bepaalde straat of voor meerdere straten. Voorheen kon dit perfect bedeeld worden. Nu is dit niet meer mogelijk: bewonersbrieven kunnen enkel bedeeld worden aan alle mensen – zonder uitzondering – die wonen op de volgronde van de postbode.
In de praktijk betekent dit dat bepaalde inwoners een brief krijgen over openbare werken in een straat waar ze op zich niets mee te maken hebben, wat toch niet de bedoeling is. De bewonersbrieven zullen dus allemaal persoonlijk moeten geadresseerd worden, wat aanzienlijk meer werk én geld kost. Ofwel rest er nog de mogelijkheid voor de lokale overheden om concurrerende bedrijven aan te spreken, wat toch jammer is voor de reputatie van een overheidsbedrijf.
Om een oplossing voor dit probleem te zoeken, stelde ik een parlementaire vraag aan minister Vervotte. Ik vroeg haar hoe het komt dat de nieuwe richtlijnen zo laattijdig zijn meegedeeld aan de lokale overheden, en of het niet beter zou geweest zijn om een overgangsperiode te bepalen zodat de administratie zich hierop kon voorbereiden en zodat de nodige budgetten konden vrijgemaakt worden.
Ik wou ook graag weten of zij erkent dat deze nieuwe regeling veel lokale overheden voor grote problemen stelt, en waarom de bedeling die enkel in één gemeente gebeurt, toch in een (vaak verdergelegen) mass-postcenter moet aangeleverd worden. Ik vroeg ook naar de oplossingen die zij ziet voor de gemeenten en steden die een infoblad uitgeven, en die door de invoering van deze nieuwe richtlijn geconfronteerd worden met een bijna onbetaalbaar distributiesysteem.
Het antwoord van de minister leest u hier:
“De Post heeft inderdaad de dienstverlening huisaan-huiszendingen (Distripost) hervormd. Deze aanpassingen hebben enerzijds betrekking op de dienstverlening zelf :
— verhoging van de fijnmazige keuze met betrekking tot de uitreikingsrondes (fijnmazige selectiemogelijkheden van de uit te reiken zones);
— de mogelijkheid om een bedeling 3 weken op voorhand te vragen (voorheen slechts 2 weken);
— de mogelijkheid om na uitvoering te betalen;
— een gemakkelijker en eenvoudiger afgifteprocedure;
— het aantal brievenbussen per ronde werd geactualiseerd.
Anderzijds werden de tarieven beter in overeenstemming gebracht met de operationele kosten, wat in een aantal gevallen de dienstverlening ook duurder maakt.
Daartegenover staat dat de klanten vlugger van een voordeliger conventioneel tarief kunnen genieten (vanaf 50 000 jaarlijkse stuks in plaats van 100 000 stuks vroeger).
De Post heeft zodra alle details gekend waren de nodige informatie verstrekt aan de betrokken klanten. Er werd geoordeeld dat het operationeel en commercieel beter was de nieuwe dienstverlening zonder overgangsperiode in te voeren. De Post erkent dat de wijziging in de dienstverlening van de klanten aanpassingen vraagt.
De mogelijkheid om lokaal af te geven blijft bestaan:
— zendingen tot 10 000 stuks in het lokale postkantoor wanneer in dat postkantoor enkel verkoopsverrichtingen plaatsvinden;
— zendingen tot 100 000 stuks in het lokale postkantoor als daar ook brievenpost wordt verwerkt.
In de andere gevallen moet de afgifte gebeuren in een MassPost-centrum.
De Post is van mening dat de vernieuwde Distripost beter beantwoordt aan de verwachtingen van de klant, dat de aanpassingen die van de klant worden gevraagd haalbaar zijn. Het verhoogde tarief is billijk ten opzichte van de geleverde kwaliteit en de kosten van deze producten. Een evaluatie van deze veranderingen is dit jaar voorzien en zal leiden tot aanpassingen indien nodig.”