24/1/2012: Wetsvoorstellen om vereffeningsprocedure te wijzigen vandaag goedgekeurd
Vandaag werden in de commissie Handelrecht in de Kamer mijn 2 wetsvoorstellen die op de agenda stonden, goedgekeurd. Het gaat meer bepaald over het wetsvoorstel tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek ingevolgde de gewijzigde vereffeningsprocedure van vennootschappen en over het wetsvoorstel tot wijziging, wat de vereffeningsprocedure betreft, van het Wetboek van vennootschappen.
Deze wetsvoorstellen, die samen moet gelezen worden, wijzigen de vereffeningsprocedure zoals opgenomen in het wetboek van vennootschappen en het gerechtelijk wetboek.
De belangrijkste wijzigingen betreffen:
1. de procedure die moet gevolgd worden om het verzoek tot homologatie van de vereffenaar in te leiden bij eenzijdig verzoekschrift;
In de huidige wet moet het verzoek worden ingeleid bij de rechtbank van koophandel. In de praktijk betekent dit dat drie rechters bevoegd zijn. Dit wetsvoorstel specifieert dat het eenzijdig verzoekschrift wordt ingediend bij de voorzitter van de rechtbank van koophandel. Het komt bijgevolg aan de voorzitter toe om een uitspraak te doen aangaande de homologatie van de vereffenaar. Hierdoor wordt de procedure sneller en efficiënter. Dit laat ons toe om de termijn waarin een uitspraak moet worden gedaan, te verkorten van 5 dagen naar 24 uur.
De huidige wet voorziet dat de ondertekening van het verzoekschrift gebeurt door het ‘bevoegde orgaan van de vennootschap’ of een advocaat. In de praktijk bestaat er onduidelijkheid over het begrip ‘bevoegde orgaan’. Dit wetsvoorstel zorgt voor verduidelijking door te bepalen dat de ondertekening kan gebeuren door de bestuurder of de zaakvoerder van de vennootschap. Daarnaast wordt bepaald dat de ondertekening ook kan gebeuren door een advocaat, notaris of ook door de vereffenaar zelf.
We verminderen de administratieve lasten door het schrappen van de verplichting om een boekhoudkundige staat van activa en passiva bij het verzoekschrift in te dienen.
2. een taalkundige verduidelijking dat een persoon die zich in één van de absolute beletsels bevindt, in geen enkel geval mag worden benoemd tot vereffenaar;
De huidige wet bepaalt dat de rechtbank pas overgaat tot de bevestiging van de benoeming van de vereffenaar nadat zij heeft nagegaan dat de vereffenaars alle waarborgen van rechtschapenheid bieden. Mogen niet worden aangewezen tot vereffenaar, zij die zich in gevallen van absolute beletsels bevinden. Deze gevallen zijn duidelijk gedefinieerd in de wet, vb. veroordeling wegens misdrijven die verband houden met de staat van het faillissement.
Het is echter onduidelijk of de rechtbank vrij kan oordelen over het principe van ‘rechtschapenheid’, of daarentegen enkel die personen niet mag benoemen die zich in de gevallen van absolute beletsels bevinden.
Dit wetsvoorstel verduidelijkt dat de rechtbank in een aantal andere, niet uitdrukkelijk in de wet genoemde gevallen, de bevestiging kan weigeren. Dit is in lijn met de rechtspraak en de omzendbrief van de voormalige minister van Justitie.
3. de geldigheid van de tussentijdse handelingen;
De huidige wet voorziet dat de rechtbank de handelingen die de vereffenaar heeft gesteld tussen zijn benoeming door de algemene vergadering en de bevestiging ervan door de voorzitter van de rechtbank, met terugwerkende kracht kan bevestigen of nietig verklaren.
Dit wetsvoorstel schrapt de mogelijkheid om handelingen met terugwerkende kracht te bevestigen. Dit is immers overbodig vermits handelingen die gesteld zijn voor de bevestiging van de benoeming worden verondersteld geldig te zijn.
4. anticipatie op de hypothese waarbij de rechtbank de benoeming van een vereffenaar weigert te homologeren;
De huidige wet bepaalt dat als de rechtbank de benoeming weigert te homologeren, zij zelf een vereffenaar kan aanwijzen, eventueel op voorstel van de algemene vergadering.
Dit wetsvoorstel anticipeert op deze situatie door te bepalen dat het besluit van de algemene vergadering tot benoeming van de vereffenaar een of meerdere kandidaat-vereffenaars kan bevatten. Als de voorzitter van de rechtbank dan weigert te homologeren, kan hij een van de alternatieve kandidaten aanwijzen.
5. de aanduiding van de rechtbank van koophandel als bevoegde rechtbank voor alle vennootschappen voor alle aanvragen tot bevestiging en homologatie van de aanstelling van een vereffenaar, voor alle vorderingen tot vervanging van de vereffenaar en voor alle aanvragen tot goedkeuring van het verdelingsplan
6. de ontbinding en vereffening in één akte en administratieve vereenvoudiging.
Dit wetsvoorstel bepaalt dat een ontbinding en vereffening in een akte mogelijk is op voorwaarde dat er geen vereffenaar is aangeduid, er geen passiva zijn en alle aandeelhouders of vennoten unaniem akkoord zijn.
In geval van ontbinding en vereffening in één akte, moeten de vereffenaars niet langer een staat van de toestand van de vereffening overmaken aan de rechtbank van koophandel. Bovendien moet er ook niet langer een plan voor de verdeling van de activa onder de verschillende schuldeisers voor akkoord worden voorgelegd aan de rechtbank.